Blog Azure Data & AI

Azure AI Security Best Practices

AI kan teams helpen sneller te ontwikkelen, maar zonder de juiste controles kan die snelheid averechts werken: tot onveilige configuraties, achterhaalde code, hallucinaties en workflows leiden die moeilijk te controleren of te auditen zijn.

Dit artikel beschrijft de best practices voor Azure AI-beveiliging die teams helpen AI veilig in productie te draaien. 

Niels Kroeze

Auteur

Niels Kroeze Cloud Content Specialist

Leestijd 7 minuten Gepubliceerd: 10 augustus 2026

Het belang van security bij AI

Security moet altijd een topprioriteit zijn in development. Bij AI-toepassingen wordt dit nog belangrijker. De snelle inzet van AI loopt voor op security- en compliancecontroles, waardoor bedrijfsrisico’s toenemen.

Volgens Microsoft’s Cyber Pulse report geeft slechts 47% van de organisaties aan specifieke securitycontroles voor GenAI te hebben geïmplementeerd. 

Schaalt AI sneller dan de security eromheen? En wat zijn de risico's?

In Azure ontstaan deze risico’s vaak wanneer AI-services worden uitgerold zonder goede identity-based access, netwerkbeperkingen of logging. Standaard publicatiemethoden zijn niet voldoende voor productie.

Azure AI-workloads hebben nauwkerige identiteitscontroles nodig, zoals bijvoorbeeld met Microsoft Entra ID.

 

Azure AI-security best practices

Laten we kijken naar de belangrijkste Azure AI-security best practices die Microsoft zelf toepast en gebruikers adviseert te volgen:

 

1. Pas Zero Trust toe

Zero Trust vormt de basis voor het beveiligen van Azure AI-workloads. Ga er niet standaard van uit dat een applicatie, gebruiker, service of agent te vertrouwen is. Elk verzoek moet worden geauthenticeerd, geautoriseerd en continu geëvalueerd.

Gebruik Microsoft Entra ID en Azure RBAC om toegang te beheren en least privilege toe te passen: geef iedere gebruiker, AI-agent of ieder systeem alleen de rechten die nodig zijn, en niet meer.

Applicaties moeten managed identities gebruiken in plaats van embedded secrets. Agentic workflows moeten waar relevant gebruikmaken van dedicated identities, zoals Entra Agent IDs. Wanneer de identity van een gebruiker onderdeel is van de AI-workflow, moet die identity door het hele proces worden meegenomen, zodat data-level security van kracht blijft.

Ken rechten waar mogelijk toe via security groups in plaats van rechtstreeks aan service principals. Dit maakt toegangsbeheer eenvoudiger en verkleint de kans op misconfiguraties.

 

2. Vermijd embedded secrets en gedeelde credentials

API-keys kunnen worden gekopieerd, gelekt, op de verkeerde plek worden opgeslagen of door meerdere applicaties worden hergebruikt. Developers kunnen ze per ongeluk opslaan in lokale bestanden, notities, app settings, publieke repositories of gedeelde documenten. Ook kunnen ze intern worden gedeeld zonder voldoende controle.

Developers moeten waar mogelijk voorkomen dat secrets in code worden opgenomen of gedeelde inloggegevens worden gebruikt.

  • Gebruik managed identities voor applicaties die in Azure draaien en Microsoft Entra ID voor authenticatie.
  • Gebruik voor agentic workflows waar relevant dedicated identities, zoals Entra Agent IDs, in plaats van gedeelde service principals. Iedere workload moet een eigen duidelijke grens hebben.

 

3. Centraliseer secrets met Azure Key Vault

Sla secrets niet verspreid op in app settings, configuratiebestanden of deploymentnotities. Wanneer secrets nog steeds nodig zijn, sla ze dan centraal op en laat applicaties er op een veilige manier naar verwijzen.

  • Gebruik Azure Key Vault als centrale plek voor het opslaan van secrets, keys en certificaten. In plaats van een Azure OpenAI-key rechtstreeks in iedere webapplicatie op te slaan, kan de applicatie verwijzen naar het secret in Key Vault. Dit verbetert security en beheer doordat secret management wordt gecentraliseerd, applicaties de werkelijke waarden niet rechtstreeks hoeven op te slaan en rotatie eenvoudiger wordt.
  • Toegang kan daarnaast worden beheerd met Microsoft Entra ID en Azure RBAC, met auditing en access logs op één centrale plek.

 

4. Beveilig de AI SDLC

Security moet vóór deployment beginnen en ook daarna onderdeel blijven van het proces. Het moet zijn ingebouwd in de manier waarop teams AI-oplossingen ontwerpen, bouwen, reviewen en releasen.

AI-gegenereerde cloudinfrastructuur moet vóór deployment op security worden beoordeeld, omdat de output niet blind kan worden vertrouwd. Een deployment kan technisch slagen en toch onveilig zijn, bijvoorbeeld door verouderde packages, zwakke configuraties of blootgestelde netwerkregels.

  • Bouw securitychecks in iedere fase van development in, waaronder testing en validatie.
  • Gebruik shift-left tools zoals static code analysis, secret scanning, dependency checks en geautomatiseerde vulnerability scanning in CI/CD. GitHub Advanced Security kan helpen secrets, kwetsbaarheden en dependencyproblemen op te sporen voordat ze productie bereiken.
  • Gebruik Microsoft Defender for Cloud en Defender for App Services voor runtime bescherming. Deze tools helpen dreigingen te detecteren, policies af te dwingen en de zichtbaarheid te verbeteren zodra workloads actief zijn.

De meest effectieve aanpak combineert tooling met samenwerking.


5. "Human in the loop"

AI kan oplossingen voorstellen, pull requests genereren, infrastructuur aanpassen of helpen bij het oplossen van vulnerabilities. Maar die wijzigingen kunnen nog steeds fout, onvolledig of risicovol zijn. Een AI-gegenereerde oplossing of AI-agent kan één probleem oplossen en tegelijk een nieuw probleem veroorzaken, zoals een nieuwe beveiligingslek.

“Bij alles wat je met AI doet, kun je niet zomaar vertrouwen op wat het oplevert. Je moet een basiskennis hebben van wat het je geeft. Anders implementeer je het gewoon en kom je terecht in een ‘any-any’-rol. Als je Azure, netwerken of zelfs Bicep niet op basisniveau begrijpt, krijg je te maken met fouten, beveiligingsproblemen, kwetsbaarheden en slechte code.”

Richard Hooper, Azure Principal Architect en Microsoft MVP

AI-governance betekent dat je precies weet waar menselijk toezicht nodig is en dit direct in de workflow inbouwt in plaats van pas na deployment toe te voegen.

Door een Azure-infrastructuur- of securityexpert onderdeel te maken van het developmentteam, zorg je voor veilige configuraties en help je developers vanaf dag één veilige, schaalbare AI-services te leveren.

Developers kunnen zich richten op applicatieontwikkeling, terwijl Azure-infrastructuurspecialisten de onderdelen beheren waar hun expertise ligt.

 

6. Publiceer AI-services via veilige endpoints

AI-services mogen niet worden blootgesteld via onbeveiligde endpoints zonder monitoring. In Azure ontstaan risico’s vaak wanneer services zoals Azure OpenAI of Azure AI Services worden gepubliceerd zonder goede identity-based toegangscontroles, netwerkbeperkingen of logging.

Gebruik veilige front-door services zoals:

  • Azure API Management
  • Azure Front Door
  • Application Gateway met Web Application Firewall-bescherming

Deze services bieden een gecontroleerde omgeving waarin teams authenticatie, verkeersfiltering, monitoring en securitybeleid kunnen toepassen.

Gebruik waar dit binnen de architectuur past private endpoints of virtual network integration om directe blootstelling aan het internet te beperken. Developers moeten waar mogelijk ook lokale authenticatie uitschakelen en authenticatie via Microsoft Entra afdwingen.

Het doel is om alternatieve toegangsroutes via de zijdeur te voorkomen en toegang tot AI-services gecontroleerd, gemonitord en doelgericht te houden.

 

7. Implementeer AI-specifieke threat protection

AI-workloads hebben te maken met specifieke risico’s, waaronder:

  • Prompt injectie
  • Jailbreakpogingen
  • Modelmanipulatie
  • Blootstelling van gevoelige data
  • Afwijkend API-gebruik

Gebruik Microsoft Defender for Cloud AI threat protection om AI-specifieke dreigingen te detecteren. Dit kan helpen verdachte prompts, afwijkende gebruikspatronen en mogelijke risico’s op datalekken te identificeren.

Integreer deze controles waar mogelijk in CI/CD-pipelines. Zo wordt AI-securitytesting onderdeel van het releaseproces, in plaats van een eenmalige controle na deployment.

 

8. Monitor, audit en beoordeel continu

Je kunt niet beveiligen wat je niet kunt zien. Teams hebben inzicht nodig in welke AI-applicaties en agents worden gebruikt, wie de eigenaar is, tot welke data ze toegang hebben en hoe ze zich gedragen.

Microsoft biedt verschillende ingebouwde tools en technologieën die inzicht geven in de werking van het systeem, securityzwaktes identificeren en verdachte activiteiten signaleren.

  • Gebruik Microsoft Defender for Cloud om AI-workloads in Azure te identificeren en securityrisico’s op te sporen.
  • Voor SaaS AI-applicaties kan Microsoft Defender for Cloud Apps helpen tools te beoordelen, goed te keuren of te blokkeren, waardoor shadow AI binnen de organisatie wordt beperkt.
  • Agentic workflows hebben hetzelfde inzicht nodig. Microsoft Entra Agent ID kan helpen identities van agents en hun levenscyclus te beheren, waardoor rechten beter beheersbaar worden.

Observability maakt het verschil voor veilige en goed beveiligde agents.

 

9. Bescherm gevoelige data in AI-interacties

AI-security is sterk afhankelijk van dataprivacy, vooral in gevoelige sectoren zoals de zorg en financiële dienstverlening.

AI kan via prompts, responses, gekoppelde databronnen of applicatieworkflows met gevoelige data werken. Zonder de juiste controles bestaat het risico dat teams te veel data delen of informatie blootstellen aan tools die daar geen toegang toe zouden mogen hebben.

  • Gebruik Microsoft Purview Data Security Posture Management for AI om AI-activiteit inzichtelijk te maken, datarisico’s te beoordelen en beleid toe te passen dat gevoelige data in AI-interacties beschermt. Microsoft Purview bevat controles voor het beheren van risico’s binnen Copilots, agents en andere generatieve AI-applicaties.
  • Breid bestaande databeveiligingsmaatregelen uit naar AI-workloads. Dit omvat het toepassen van sensitivity labels, het gebruiken van DLP-beleid en het monitoren van waar gevoelige informatie voorkomt in prompts, responses en gekoppelde applicaties.

Gevoelige data hoort niet thuis in prompts, responses of workflows waar deze niet nodig is.

Gebruik beleid om te veel delen te beperken en houd datatoegang in lijn met de workload.

 

Conclusie

Het beveiligen van AI-workloads is essentieel om gevoelige data te beschermen, klantvertrouwen te behouden en te voorkomen dat misconfiguraties productie bereiken.

Door Azure AI-security best practices toe te passen, zoals het volgen van een Zero Trust-model, het centraliseren van secrets, het beoordelen van AI-gegenereerde output en het continu monitoren van workloads, kunnen organisaties AI met meer grip en vertrouwen inzetten.

Hoe snel AI zich ook ontwikkelt, security mag niet achterblijven. Alleen met de juiste guardrails kunnen teams AI veilig inzetten in Azure zonder het zicht te verliezen op toegang, data en wijzigingen in productie.

Marc Bosgoed

Wil je veilig aan de slag met AI in Azure?

Intercept helpt je bij het implementeren van een veilige AI-oplossing, zodat je met het volste vertrouwen AI-projecten veilig kunt beheren en uitvoeren.

​​AI Accelerator​