3. Beheer gekoppelde tenants
Zorg dat je inzicht hebt in alle gekoppelde tenants en weet wat je productieomgeving raakt. Denk aan subscriptions, netwerken, VPN’s of ExpressRoute-verbindingen die gekoppeld zijn aan productie.
Daarnaast moet je weten hoe identiteiten synchroniseren of gekoppeld zijn tussen tenants. Je wilt weten:
- Wat kan je netwerk en resources bereiken?
- Vanwaar gebeurt dat?
Zo weet je zeker dat je organisatiebeleid en eventuele regelgeving worden nageleefd. Bovendien ontdek je onverwachte koppelingen die risico’s kunnen vormen.
4. Versterk je inloggegevens
Meer dan 99% van de identiteitsaanvallen beginnen met wachtwoordaanvallen.
Begin met het blokkeren van veelgebruikte en zwakke wachtwoorden.
Onderzoek toont aan dat traditionele complexiteits- en expiratie-eisen vaak averechts werken, omdat gebruikers dan juist makkelijker te raden wachtwoorden kiezen.
Gebruik daarom Microsoft Entra password protection om zwakke wachtwoorden te voorkomen, of ga nog een stap verder en kies voor passwordless. Vertrouw in ieder geval niet alleen op sterke wachtwoorden.
5. Schakel Single Sign-On (SSO) in
Als je geen centrale identiteit aanbiedt, moeten gebruikers meerdere wachtwoorden beheren. Dat vergroot de kans op zwakke of hergebruikte wachtwoorden.
Een betere aanpak is Single Sign-On (SSO).
Met één identity-oplossing voor al je apps en resources kunnen gebruikers met dezelfde inloggegevens overal bij, zonder telkens opnieuw hun wachtwoord in te voeren.
6. Schakel multi-factor authentication (MFA) in
De krachtigste maatregel tegen wachtwoordaanvallen is MFA.
Binnen Entra ID kun je MFA op verschillende manieren inschakelen:
- Security Defaults: Een tenant-brede instelling waarbij admins verplicht MFA moeten gebruiken. Blokkeert legacy authenticatie. Aan of uit – geen maatwerk mogelijk.
- Per gebruiker: MFA per gebruiker inschakelen. Niet ideaal, want je moet dit handmatig doen voor elke nieuwe gebruiker.
- Mandatory MFA: Vereist MFA bij het inloggen op Azure Portal, Entra Admin Center, Azure CLI, enz. Ook hier geen maatwerk.
- Conditional access: De voorkeursmethode. Hiermee stel je if/then-regels in op basis van bijvoorbeeld locatie, gebruikersrisico of applicatie. Afhankelijk van de voorwaarden wordt toegang toegestaan, geweigerd of wordt MFA vereist.